Toepassingsportaal
Met Application Portal kunt u de instellingen van verschillende toepassingen configureren zodat u er rechtstreeks toegang toe hebt en ze in aparte browservensers of -tabbladen kunt uitvoeren (bv. File Station).
Opmerking:
u kunt instellingen voor toepassingen zoals Audio Station, Download Station, Surveillance Station, Video Station, File Station en vele andere bewerken.
Aliassen aanpassen
U kunt een alias toewijzen voor elke door Synology ontwikkelde toepassing, zoals File Station. Met de aangepast alias kunt u de toepassing snel openen via een speciale URL.
Om toepassingsaliassen aan te passen:
- ga naar Configuratiescherm > Toepassingsportaal > Toepassing.
- selecteer een toepassing.
- Klik op Bewerken > Algemeen.
- Selecteer Aangepaste alias inschakelen in het pop-upvenster en geef de alias op.
- Klik op OK om de instellingen op te slaan.
Opmerking:
- bepaalde toepassingen hebben standaardaliassen: Audio Station (audio), Download Station (download), File Station (file), Surveillance Station (cam) en Video Station (video).
- Aliasnamen kunnen niet identiek zijn met namen die voor het systeem gereserveerd zijn of door andere toepassingen worden gebruikt, en moeten uit 2 tot 20 tekens bestaan.
- Een alias kan enkel bestaan uit kleine of hoofdletters, numerieke tekens en de speciale tekens (-) en (_).
- Een alias kan niet beginnen met of eindigen op de speciale tekens (-) en (_).
Om toegang te krijgen tot toepassingen met aliassen:
Nadat u een alias hebt ingesteld voor een toepassing (bv. File Station) kunt u de toepassing snel openen dor een URL in te voeren met het volgende formaat: http://DS_IP_OF_SERVERNAAM/ALIAS/ of https://DS_IP_OF_SERVERNAAM/ALIAS/
Zo hebt u bijvoorbeeld snel toegang tot File Station via de URLs: http://192.168.xx.xx/bestand/ of https://MySynologyNAS/bestand/
Aangepaste HTTP/HTTPS-poorten
U kunt een HTTP/HTTPS_poOrt toewijzen voor elke door Synology ontwikkelde toepassing, zoals File Station. Met de aangepast poort kunt u de toepassing snel openen via een speciale URL.
Om de HTTP/HTTPS-poorten voor toepassing aan te passen:
- ga naar Configuratiescherm > Toepassingsportaal > Toepassing.
- selecteer een toepassing.
- Klik op Bewerken > Algemeen.
- In het venster dat verschijnt, schakelt u het selectievakje Aangepaste poort inschakelen (HTTP) of Aangepaste poort inschakelen (HTTPS) in.
- Geef een aangepast poortnummer op.
Opmerking:
- het poortnummer moet tussen 1 tot 65535 liggen.
- De volgende poorten moeten worden uitgesloten omdat ze zijn voorbehouden voor gebruik door het systeem:
- 20, 21, 22, 23, 25, 80, 110, 137, 138, 139, 143, 199, 443, 445, 515, 543, 548, 587, 873, 993, 995, 3306, 3689, 5000, 5001, 5005, 5006, 5335, 5432, 6881, 8080, 7000, 7001, 8081, 9997, 9998, 9999, 50001, 50002
- eMule-standaardpoorten: 4662(TCP), 4672(UDP)
- Standaard FTP-poortbereik: het huidige bereik kan verschillen afhankelijk van het model.
Voor toegang tot toepassingen via HTTP/HTTPS-poorten:
Nadat u een alias hebt ingesteld voor een toepassing (bv. File Station) kunt u de toepassing snel openen dor een URL in te voeren met het volgende formaat: http://DS_IP_OF_SERVERNAAM/ALIAS/ of https://DS_IP_OF_SERVERNAAM/ALIAS/
Zo hebt u bijvoorbeeld snel toegang tot File Station via de URLs: http://192.168.xx.xx:7000 of https://MySynologyNAS:7001
Domeinen aanpassen
U kunt een domeinnaam aanpassen met een door Synology ontwikkelde toepassing, zoals File Station. Met het aangepaste domein kunt u de toepassing snel openen via een speciale URL.
Om toepassingsaliassen aan te passen:
- ga naar Configuratiescherm > Toepassingsportaal > Toepassing.
- selecteer een toepassing.
- Klik op Bewerken > Algemeen.
- Selecteer Aangepast domein inschakelen in het pop-upvenster.
- Geef een aangepaste domein op.
- Voor bijkomende instellingen kunt u desgewenst HSTS inschakelen of HTTP/2 inschakelen.
Opmerking:
- alvorens deze functie in te stellen moet u domeinnamen aanvragen bij de domeinprovider zodat de gebruikers via het internet toegang hebben tot de service.
- Voor toepassingen (bv. File Station) in verband met uploaden/downloaden stellen we voor dat u HTTP/2 inschakelen niet selecteert omdat dergelijke toepassingen trage upload- en downloadsnelheden hebben.
- Elke domeinnaam kan uitsluitend voor één toepassing op uw DiskStation worden gebruikt.
- Is de lengte van de domeinnaam kleiner dan 15 tekens en voldoet de naar aan de NetBIOS-naamgevingsconventies, dan zal het systeem de domeinnaam automatisch registreren en uitzenden.
- Bij toegang tot toepassingen via URL's die domeinnamen gebruiken, wordt de standaard HTTP-poort (80) of standaard HTTPS-poort (443) gebruikt.
Om toegang te hebben tot toepassingen via domeinen:
Nadat u een domein (bv. bestand.voorbeeld.com) hebt ingesteld voor een toepassing (bv. File Station) kunt u de toepassing snel openen dor een URL in te voeren met de volgende indelingen: http://APP_DOMEIN of https://APP_DOMEIN
Zo hebt u bijvoorbeeld snel toegang tot File Station via de URLs: http://bestand.voorbeeld.com of https://bestand.voorbeeld.com
Wanneer de domeinnaam (bijv. FileFile) voor een toepassing (bijv. File Station) aan de NetBIOS-naamgevingsconventies voldoet, hebben Windows-gebruikers toegang met een Synology NAS in hetzelfde lokale netwerk met een vergelijkbare URL: http://FileFile of https://FileFile
Reverse Proxy-regels aanpassen
Uw DiskStation kan dienst doen als reverse proxy server die requests van het internet kan overdragen aan apparaten in het lokaal netwerk. Reverse proxy-regels kunnen helpen met het verbergen van gevoelige poorten voor potentiële bedreigingen zoals in de twee onderstaande scenario's:
Scenario 1: stel dat 80 de gevoelige poort is die volgens de firewallregel geen externe toegang mag toestaan. U kunt een reverse proxy-regel instellen om vertrouwde gebruikers vanaf het internet toegang te geven tot de gevoelige poort 80 via een andere open poort (bv.81). Op die manier kunnen vertrouwde gebruikers de firewallregels omzeilen en nog steeds toegang hebben tot poort 80.
Scenario 2: stel dat 80 de gevoelige poort is die behalve van een specifiek apparaat (bv. een server met naam "MyTrustee") geen externe toegang mag toestaan. Met reverse proxy-regels kunt u enkel verkeer van MyTrustee toegang geven tot poort 80 terwijl verkeer van andere apparaten geen toegang krijgt.
Om reverse proxy-regels in te stellen:
- ga naar Configuratiescherm > Toepassingsportaal > Reverse Proxy.
- Klik op Maken en geef de volgende instellingen op:
- Beschrijving: geef een naam op die u helpt om de regelfunctie te identificeren.
- Geef de regels op voor de Bron (het apparaat dat verzoeken verstuurt van het internet) en Doel (het apparaat in het lokaal netwerk):
- Protocol: De door de bron/doel gebruikte HTTP- of HTTPS-protocols
- Hostnaam: de naam van de bron/doelapparaat
- Poort: de poort die het bron/doelapparaat gebruikt
- HSTS inschakelen en HTTP/2 inschakelen (alleen voor de bron)
- Klik op OK om de instellingen op te slaan.
Opmerking:
Als u * invoert als bronhostnaam of het veld leeg laat, zal de regel op om het even welke bron toegepast worden.