Printers

U kunt DiskStation als afdrukserver gebruiken zodat clientcomputers of mobiele apparaten toegang hebben tot printers die zijn aangesloten op DiskStation. Bovendien kunt u via Apple Wireless Printing- en Google Cloud Print-ondersteuning vanop afstand afdrukken met behulp van iOS-apparaten of Google-producten en -services.

Ga naar www.synology.com voor compatibele printers.

Printers instellen

Zie de onderstaande aanwijzingen om een USB- of netwerkprinter op uw DiskStation aan te sluiten en in te stellen.

Om een USB-printer in te stellen:

  1. schakel de printer in en sluit deze aan op een USB-poort van de DiskStation.
  2. Ga naar Configuratiescherm > Externe apparaten > Printer.
  3. Selecteer de printer die u wilt instellen. Denk eraan dat DiskStation geen printers kan herkennen die via USB-hubs zijn aangesloten.
  4. Klik op Printerbeheer en selecteer Printer instellen.
  5. In het dialoogvenster selecteert u een van de volgende modi:
  6. Configureer de Apple Wireless Printing- of Google Cloud Print-instellingen (optioneel).
  7. Klik op Opslaan.

Opmerking:

Om een netwerkprinter in te stellen:

  1. schakel de netwerkprinter in en sluit deze aan op hetzelfde netwerk van uw DiskStation.
  2. Ga naar Configuratiescherm > Externe apparaten > Printer.
  3. Klik op Netwerkprinter toevoegen en volg de aanwijzingen van de installatiewizard.

Opmerking:

Een PostScript USB-printer instellen op een Mac:

Voor Mac OS 10,6.X:

  1. Volg de stappen in Een USB-printer instellen.
  2. Ga op uw Mac naar Systeemvoorkeuren > Printer en fax en klik vervolgens op + om een nieuwe printer toe te voegen.
  3. Selecteer IP.

Opmerking:

Voor Mac OS 10.5.X:

  1. Volg de stappen in Een USB-printer instellen.
  2. Ga op uw Mac naar Systeemvoorkeuren > Printer en fax en klik vervolgens op + om een nieuwe printer toe te voegen.
  3. Selecteer een methode

Printers beheren

Het tabblad Printer omvat de volgende opties om op DiskStation aangesloten USB- of netwerkprinters te beheren.

Om Apple Wireless Printing in te schakelen:

  1. ga naar Configuratiescherm > Externe apparaten > Printer.
  2. Selecteer een printer in de apparaatlijst.
  3. Klik op Printerbeheer > Printer instellen.
  4. Schakel het selectievakje Apple Wireless Printing inschakelen in.
  5. Selecteer het merk en stuurprogramma van uw printer.
  6. Klik op Opslaan.

Na het voltooien van de installatie kunt u een testpagina afdrukken door op Printerbeheer > Testpagina afdrukken te klikken.

Opmerking:

Om Google Cloud Print in te schakelen:

  1. ga naar Configuratiescherm > Externe apparaten > Printer.
  2. Selecteer een printer in de apparaatlijst.
  3. Klik op Printerbeheer > Printer instellen.
  4. Schakel het selectievakje Google Cloud Print inschakelen in.
  5. Voer de volgende gegevens in:
  6. Klik op Opslaan.

Na het voltooien van de installatie kunt u een testpagina afdrukken door op Printerbeheer > Testpagina afdrukken te klikken.

Om Google Cloud Print-taken te beheren klikt u op de koppeling Google Cloud Print.

Toegang krijgen tot printers

Zie het onderstaande gedeelte om met een pc of Mac toegang te krijgen tot printers.

Toegang tot printers met een Windows-pc:

De beste methode om toegang te krijgen tot de afdrukservice van het apparaat DiskStation is door met Synology Assistant een verbinding met de printer in te stellen. Raadpleeg de desbetreffende Help voor gedetailleerde instructies.

Als Synology Assistant niet op de computer is geïnstalleerd, kijk dan hieronder voor andere methodes om toegang te krijgen tot de afdrukservice van het apparaat DiskStation.

Type 1. Gedeelde netwerkprinter

  1. Open op uw pc Netwerk in Verkenner en dubbelklik op DiskStation.
  2. Dubbelklik op USB-printer of Netwerkprinternaam; het systeem vraagt u om het correcte stuurprogramma te installeren, klik vervolgens op Ja.
  3. Haal het printerstuurprogramma van de cd of de website van de fabrikant. Selecteer de fabrikant en het model van de printer of klik op Heb schijf om de locatie van het stuurprogramma te selecteren. Klik vervolgens op OK.
  4. Het systeem start met de installatie van de netwerkprinter. Na het voltooien van de installatie kunt u de printer gebruiken.

Type 2. LPR-poort (aanbevolen)

  1. Klik op uw pc op Start en ga naar Apparaten en printers.
  2. Klik op Printer toevoegen.
  3. Selecteer Een netwerk-, draadloze- of Bluetooth-printer toevoegen.
  4. Selecteer De printer staat niet in de lijst.
  5. Selecteer Een printer met TCP/IP-adres of hostnaam toevoegen. Klik op Volgende om door te gaan.
  6. Selecteer voor Apparaattype TCP/IP-poortapparaat.
  7. Voer het IP-adres van de DiskStation in. Klik op Volgende om door te gaan.
  8. Selecteer Apparaattype: Aangepast > Instellingen > …. Klik op Volgende om door te gaan.
  9. Selecteer LPR voor protocol. Voer USB-printer of Netwerkprinternaam in voor Wachtrijnaam en schakel het selectievakje voor LPR-bytetelling ingeschakeld in. Klik op OK om door te gaan.
  10. Haal het printerstuurprogramma van de cd of de website van de fabrikant. Selecteer de fabrikant en het model van de printer of klik op Heb schijf om de locatie van het stuurprogramma te selecteren. Klik vervolgens op OK.
  11. Het systeem start met de installatie van de netwerkprinter. Na het voltooien van de installatie kunt u de printer gebruiken.

Met een Mac toegang krijgen tot printers:

gebruikers van Mac krijgen toegang tot de afdrukservice van het apparaat DiskStation door Bonjour printer broadcast van DSM in te schakelen en de printer toe te voegen in de Systeemvoorkeuren.

Controleer voor u doorgaat of uw DiskStation een Postscript-printer gebruikt.

Stap 1- Bonjour printer broadcast van DSM inschakelen

  1. Meld u bij DSM aan als admin of als een gebruiker van de groep administrators.
  2. Ga naar Configuratiescherm > Bestandsservices > Win/Mac/NFS.
  3. Selecteer Bonjour Printer Broadcast inschakelen.

Stap 2.Toegang krijgen tot printers op Mac

  1. Ga op uw Mac naar Systeemvoorkeuren > Afdrukken en scannen en klik vervolgens op +.
  2. Selecteer in de vervolgkeuzemenu USB-printer[nummer] of Netwerkprinternaam. Uw Mac stelt de printer automatisch in.