Algemeen

Configuratiescherm > Hardware en stroom > Algemeen biedt opties om stroomherstel, Wake on LAN (WOL) en geheugencompressie in te schakelen. Hier kunt u ook de pieptoonwerking en de ventilatorsnelheid wijzigen.

Geheugenlay-out*

De volgende geheugelay-outopties beïnvloeden de videotranscoderingsprestaties:

Stroomherstel

Als het systeem door onverwachte stroomstoring wordt uitgeschakeld, kan het systeem door de stroomherstelfunctie automatisch opnieuw worden opgestart zodra de stroom is hersteld.

Wake on LAN*

Door het selectievakje Wake on LAN (WOL) in te schakelen kunt u DiskStation over het LAN of het internet inschakelen door het IP-adres (of de DDNS-hostnaam) en MAC-adres van uw DiskStation in te voeren in een WOL-toepassing, zoals Synology Assistant, DS finder of andere WOL-toepassingen.

Wake on LAN werkt alleen nadat DiskStation correct werd uitgeschakeld door op de knop Aan/uit te drukken of op de DSM-interface op Afsluiten te klikken. Laat na uitschakeling de stekker van de stroomkabel in het stopcontact.

Opmerking:

de WOL-functie wordt niet ondersteund op 10GbE LAN-poorten (indien beschikbaar op uw DiskStation).

Ventilatorsnelheid modus*

De volgende ventilatorsnelheidsopties zijn beschikbaar:

Pieptoonwerking

DiskStation laat een pieptoon horen wanneer bepaalde gebeurtenissen of fouten optreden. Klik op de selectievakjes van aangegeven gebeurtenissen zodat u een melding van DiskStation krijgt als een dergelijke gebeurtenis optreedt.

Om de pieptoon te stoppen:

Geheugencompressie*

Door geheugencompressie in te schakelen wordt de algemene systeemresponsiviteit verbeterd doordat bij belasting de meest recent gebruikte gegevens worden gecomprimeerd.

Als meerdere toepassingen lopen en het geheugen begint vol te raken, comprimeert dynamische geheugencompressie de zelden gebruikte gegevens waardoor geheugengebruik wordt geminimaliseerd. De gegevens worden onmiddellijk gedecomprimeerd zodra u de gegevens nodig heeft. Hierdoor wordt de noodzaak van het lezen en schrijven van wisselbestanden op de schijf beperkt, en efficiëntie en responsiviteit.

Schakel het selectievakje in om geheugencompressie in te schakelen.

LED*

In Configuratiescherm > Hardware en stroom > Algemeen > LED-helderheidsregeling kunt u de helderheid van de led-indicatielampjes op uw DiskStation instellen.

Opmerking:

de helderheidsinstellingen worden toegepast op alle led-indicatielampjes op uw DiskStation (i.e. voeding, STATUS, LAN, schijfstatus enz.).

Om led-helderheid aan te passen:

Er zijn vier helderheidsniveaus beschikbaar voor led-indicatielampjes op uw DiskStation.

  1. Klik op de wijzer op de helderheidsschaal en sleep hem in een van de twee richtingen:
  2. Klik op Toepassen om de instelling op te slaan.

Om led-helderheid aan te passen volgens planning:

de led-indicatielampjes kunnen van helderheidsgraad volgens planning aanpassen.

  1. Klik op Planning instellen.
  2. Klik op een van de onderstaande helderheidstypes:
  3. Klik op de gewenste periode om de helderheidsschaal aan te passen.
  4. Klik op OK en op Toepassen om uw instellingen op te slaan.

____
* Uitsluitend beschikbaar op specifieke modellen.