Hot Spare*

De hot spare-schijven zijn standby harde schijven die een beschadigd volume/diskgroep/iSCSI LUN kunnen repareren door de beschadigde schijf automatisch te vervangen. Hot spare-schijven kunnen worden toegewezen om een volume/diskgroep/iSCSI LUN van uw DiskStation te beschermen zolang het volume/diskgroep/iSCSI LUN aan de volgende criteria voldoet:

Hot spare-schijven instellen:

  1. Klik op Beheren.
  2. Er verschijnt een dialoogvenster waarin de hot spare-status van elk volume/diskgroep/iSCSI LUN en de beschikbare schijven worden weergegeven. De volume/diskgroep/iSCSI LUN-status zijn:
  3. De gedeeltes Beschikbare schijven tonen harde schijven die als hot spare-schijven kunnen worden toegewezen. Om een hot spare-schijf toe te wijzen, schakelt u het selectievakje naast de schijf in die u als een hot spare wilt toewijzen.
  4. Klik op Toepassen om de instellingen op te slaan.

Opmerking:

Hot spare-instellingen voor volume/diskgroep/iSCSI LUN configureren:

  1. Klik op Configureren.
  2. In het tabblad Hot Spare-doelen worden volumes/diskgroepen/iSCSI LUN's weergegeven die door hot spare-schijven kunnen worden beschermd. Schakelt u de selectievakjes uit, dan zullen de desbetreffende volumes/diskgroepen/iSCSI LUN's bij beschadiging niet automatisch worden gerepareerd door hot spare-schijven.
  3. In het tabblad Meerdere apparaten-Hot Spare kunt u het gebruik van hot spare-schijven op een apparaat instellen voor de reparatie van een beschadigde RAID op een ander apparaat.
  4. Klik op OK om de instellingen op te slaan.

____
*Alleen beschikbaar op bepaalde modellen.