Hot Spare
De hot spare-schijven zijn standby harde schijven die een beschadigde RAID Group kunnen repareren door de beschadigde schijf automatisch te vervangen. Hot spare-schijven kunnen worden toegewezen om een RAID Group van uw DiskStation te repareren. Een hot spare-schijf kan alleen een RAID Group repareren die aan de volgende criteria voldoet:
- Het RAID-type van de RAID Group moet gegevensbescherming hebben (bijv. RAID 1, RAID 5, RAID 6, RAID 10, RAID F1).
- Het type harde schijf van de hot spare-schijf moet hetzelfde zijn als dat van de lidschijven van de RAID Group (bijv. SATA, SAS).
- De hot spare schijf moet groter of gelijk zijn aan de grootte van de kleinste schijf in de RAID Group.
Om hot spare-schijven te beheren:
- Klik op Beheren.
- Om een hot spare-schijf toe te wijzen, ga naar het gedeelte Beschikbare schijven aan de rechterkant en schakel het selectievakje in naast de schijf die u als hot spare-schijf wilt toewijzen. Om de hot spare-schijf te verwijderen schakelt u het selectievakje uit. Klik op Toepassen om de instellingen op te slaan.
Opmerking:
- wanneer een hot spare-schijf een beschadigde RAID Group repareert, worden alle gegevens op de hot spare-schijf verwijderd. Controleer of er geen belangrijke gegevens op de schijf staan die u als hot spare-schijf wilt toewijzen.
- Een RAID gevormd door HDD's wordt niet automatisch gerepareerd door SSD hot spare-schijven, en omgekeerd.
Hot spare-instellingen voor RAID Group configureren:
- Klik op Configureren.
- In het tabblad Hot Spare-doelen worden RAID Groups weergegeven die door hot spare-schijven kunnen worden beschermd. Schakelt u de selectievakjes uit, dan zullen de desbetreffende RAID Groups bij beschadiging niet automatisch worden gerepareerd door hot spare-schijven.
- In het tabblad Meerdere apparaten-Hot Spare kunt u het gebruik van hot spare-schijven op een apparaat instellen voor de reparatie van een beschadigde RAID op een ander apparaat.
- Klik op OK om de instellingen op te slaan.